Chemours heeft bij de Provincie Zuid-Holland een vergunning aangevraagd voor de uitstoot van een kleine hoeveelheid C8. Sinds 2012 wordt C8 niet meer door het chemiebedrijf gebruikt, echter zijn er bij metingen toch een aantal keren concentraties aangetroffen.
De DCMR controleert regelmatig het afvalwater van Chemours. Hierbij is viermaal een concentratie C8 in het afvalwater aangetroffen. Het gaat om concentraties van maximaal 148 nanogram per liter. Het bedrijf heeft hierom dwangsommen opgelegd gekregen.
Het is niet bekend waar de concentraties vandaan komen, hier zijn volgens de provincie en Chemours drie mogelijke oorzaken voor. De concentraties kunnen afkomstig zijn uit historische bodemverontreiniging, het ontstaan van PFOA als bijproduct bijvoorbeeld tijdens de productie van FRD903 (GenX) of de aanwezigheid van PFOA als verontreiniging in de GenX-grondstof. Chemours geeft aan dat de uitstoot van een kleine hoeveelheid PFOA onvermijdelijk is. Zij heeft daarom een vergunning aangevraagd voor de indirecte lozing van 150 gram (0,15 kg) PFOA per jaar. “De enkele omstandigheid dat een (beperkte) emissie van PFOA wordt aangevraagd, is nog geen reden om de vergunning te weigeren.”, zo schrijven gedeputeerde Rik Jansen en Floor Vermeulen aan de Provinciale Staten. Gedeputeerde Staten besluit hierover en laat zich daarbij onder meer adviseren door Rijkswaterstaat.